Groene Algarve
Informatie
De verhuuraccommodaties maken deel uit van Camping Quinta de Odelouca een kleine camping waar kampeerders het hele jaar door graag komen voor de rust en de prachtige natuur. Voor plantenliefhebbers en vogelaars is de Algarve een rijk gevulde schatkist.

Flora en Fauna in de Algarve
De groene Algarve
Portugal is een langgerekt land. Van zuid naar noord is het ruim 700 km,
terwijl het van oost naar west meestal nog geen 200 km telt. De Algarve is de meest
zuidelijke streek van Portugal: de onderste strook van 40 km.
De Algarve heeft een zeer speciaal klimaat: het ligt met de zuidkant en westkant
aan de zee en wordt in het noorden afgeschermd door drie lage bergketens: de
Serra de Monchique, de Serra do Caldeirão en de Serra Espinhaço de Cão.
De hoogste top is de Fóia in de Serra de Monchique met 902 meter.
Door deze beschermde ligging is het klimaat in de Algarve warm en droog met meer
dan 300 zondagen per jaar.
Ook de winterdagen zijn in de Algarve meestal zonnig met dagtemperaturen die,
afhankelijk van de hoeveelheid wind, uiteen lopen van 15 graden tot zelfs wel 25 graden.
Maar in de winter kan het 's nachts ook hier wel eens een enkel graadje vriezen. Hoe warmer
het overdag is, hoe kouder het vaak 's nachts wordt.
Dat het achterland van de Algarve dan toch zo groen is, komt niet door de regen
die er valt, maar door de vele riviertjes en beken die uit de bergen afwateren
naar lager gelegen gebieden. Dat maakt de Algarve aantrekkelijk voor allerlei
planten en dieren. Veel vogels komen op hun trek naar of van Afrika tijdelijk in
de Algarve uitrusten, of kiezen dit gebied als zomerverblijf of overwinterplaats.
Quinta Odelouca ligt in een grote lage vallei. Het landgoed wordt aan de zuidzijde
begrenst door de Fonte Santa, een beek die van half oktober tot half mei water bevat.
Deze beek stroomt 500 meter verderop uit in de Ribeira de Odelouca. In het westen
ligt de Serra de Monchique, in het oosten de Serra do Caldeirão.
Het voorjaar, wat in het achterland van de Algarve betekent de periode tussen
half maart en half mei, is de periode met de meest uitbundige plantengroei en
vogels komen in deze periode een plaats zoeken om te broeden.
De velden zijn overwoekerd met allerlei wilde planten en de vogels buitelen in
grote groepen door de lucht. Bijeneters met hun vrolijke 'kwierp kwierp' komen
in grote getale hun nesten maken in de steile oevers van de beken en rivieren.
Tussen het groen schicht ineens weer een groot formaat kanariepiet: de wielewaal.
Hier in de Vale Grande de Baixo hoor je ze niet alleen ('diedel diedel'), maar
zie je ze ook regelmatig. En niet te vergeten de nachtegalen. Langs de hele beek
de Fonte Santa en de Ribeira de Odelouca zijn ze te horen, zowel overdag als 's nachts.
Dit vogelfeest duurt tot ongeveer half juli. Dan houden de meeste vogels het door
de warmte wel voor gezien en blijven alleen de echte doorzetters over. In de ochtend
en aan het einde van de dag kom je ze dan tegen: de blauwe eksters, de hop, roodborsttapuit,
mussen en leeuweriken, ijsvogeltjes, maar ook grotere zoals koereigers, ooievaars, zilverreigers en de (rode) patrijs.